Hoofdstuk V
Proza
Het schrijven van proza is voor Pieter Vlaming geen doel op zichzelf geweest. Hij bediende er zich van om met de lezer te communiceren, hetgeen we kunnen afleiden uit enkele van zijn uitlatingen.
Aan het slot van de voorrede van de Dichtlievende Uitspanningen, die we aan Vlaming hebben toegeschreven (hiervoor blz. 23), geeft de steller een uitleg van de titel van de bundel (D.U., *6 ro):
‘Midlerwyl zullen ons deeze letterkundige onzekerheden [betreffende de spelling] hoe groot een ophef men daar ook van maake, niet afschrikken, van de aangenaame Dichtoeffeninge, de verkorene pop onzer Uitspanningen, te vieren’.
Tot de geliefde ‘dichtoeffeninge’ in het algemeen kan men ook de vertaling van de ‘zangen’ uit de Arcadia van Sannazaro rekenen. Het proza neemt geen plaats in Vlaming's ‘uitspanningen’ in. Dat het tot de kunstuitingen behoort, besefte hij wel, getuige de zorg die hij besteedde aan de vertaling van de proza-gedeelten van Sannazaro's Arcadia (zie hiervoor hfdst. 4). Maar niettegenstaande dat heeft hij, voor zover mij bekend is, slechts in voorredes en in historisch werk waartoe men zijn levensbeschrijvingen ook kan rekenen, van deze vorm gebruik gemaakt, in tegenstelling tot de poëzie, die hij om haar zelfs wille beoefend heeft.
Zijn proza is wel de moeite waard om gelezen te worden, ten eerste om de inhoud, ten tweede om de klare wijze van uitdrukking.
Vlaming heeft gebruik gemaakt van het proza in:
Over het gehele werk
AUTEURS
